Dylan & de Beats

In maart 2016 schreef ik op deze blog onder andere: "Vandaag precies 94 jaar geleden werd Jack Kerouac geboren. Dat maakt vandaag een geschikte dag om bekend te maken dat ik sinds enkele maanden werk aan een boek over Bob Dylan en de schrijvers van de Beat Generation. Dylan & de Beats is de (voorlopige) titel van dit boek." En: "Later dit jaar zal Dylan & de Beats verschijnen."

Dat liep even wat anders. Dylan & de Beats is niet in 2016 verschenen en het is maar de vraag of het mij gaat lukken om het boek in 2017 te laten verschijnen, al zal ik er binnen mijn mogelijkheden alles aan doen om Dylan & de Beats dit jaar nog te publiceren.

Hoe kan het nou dat Dylan & de Beats zoveel later zal verschijnen dan ik aanvankelijk dacht? Allereerst heb ik de benodigde tijd om dit boek te schrijven verkeerd ingeschat. Om Dylan & de Beats te kunnen schrijven moet ik veel Beat-literatuur (her-)lezen. Hoewel ik inmiddels enkele meters Beat-literatuur heb gelezen, heb ik nog (lang) niet alle boeken gelezen die ik van mezelf moet lezen om Dylan & de Beats te schrijven. Daarnaast heb ik - zoals vaste lezers van de blog inmiddels weten - het afgelopen jaar lopen klooien met mijn gezondheid waardoor het werken aan Dylan & de Beats maandenlang bijna helemaal stil kwam te liggen.

Maar uitstel betekent in dit geval geen afstel, Dylan & de Beats zal verschijnen, al is het een stuk later dan ik aanvankelijk dacht.
Het maandenlang stil liggen van het werken aan Dylan & de Beats blijkt - achteraf gezien - een groot voordeel. Tijdens de maanden dat ik niet tot nauwelijks aan schrijven of lezen toekwam, heb ik wel een grote hoeveelheid nieuwe informatie over de relaties tussen Bob Dylan en de verschillende schrijvers van de Beat Generation weten te vinden.

Voor een ieder die wacht op Dylan & de Beats: nog even geduld. Het boek komt er, alleen wat later dan gepland was.

Dylan kort #1242

Setlists: 16 juli, 19 juli, 21 juli, 22 juli.
Bob Dylan FAQs, een mindmap van Hans, zie hier. [met dank aan Hans]
Ondergewaardeerde liedjes: "It's Aright, Ma (I'm Only Bleeding)", zie hier.

"Bob Dylan is the Shakespeare for Our Time"

Wat ging er aan de column van Mart Smeets begin juli vooraf - door Ed

Wat ging er aan de column van Mart Smeets begin juli vooraf.
 Ik viel over de column van Mart Smeets in de VARA-gids van april dit jaar. Daarin haalt hij uit naar Dylan. Dat mag hij doen, maar dan wel met kennis van zaken. Zijn beweringen sloegen nergens op. Het was een zuur en chagrijnig stuk. En wat Smeets altijd doet als hij over Dylan praat (bij DWDD) of schrijft: dan heeft hij het over Dylan die met zijn rug naar het publiek zingt.
Dat doet hij zo hardnekkig dat hij kennelijk in zijn eigen fake-nieuws (want dat is het) is gaan geloven. Ook weer in die column van april. Voor mij vormde die lulkoek de druppel om nu eens te reageren. Smeets geldt wel als muziekkenner en in die hoedanigheid schrijft hij een wekelijkse column in de VARA-gids. Die lees ik meestal met genoegen, maar als het om Dylan gaat komt hij in mijn beleving niet verder dan gemeenplaatsen en gemakzucht. Dat pik ik niet als je, zoals Smeets, met enige pretentie over je onderwerp schrijft. Het druist in tegen mijn journalistieke hart dat nog zachtjes klopt, ook al ben ik nu met pensioen.
Mijn conclusie in mijn reactie naar Smeets: "Als je bent blijven steken in Blonde On Blonde en Highway 61 Revisited, allemaal prima. Maar meet je dan niet de air aan dat je met inhoud over Dylan schrijft." En ik vroeg hem bij welk concert hij Dylan met de rug naar het publiek had zien zingen. Zelf heb ik alle concerten in Nederland vanaf 2003 bezocht –altijd in de voorste gelederen- en nooit heb ik dat fenomeen mogen aanschouwen. Mijn conclusie: "Het lijkt erop dat Smeets zelf deze bijdrage met de rug naar zijn lezerspubliek heeft geschreven."
Ik kreeg –hulde en heel correct!- de volgende dag (19 april) al een reactie van Mart Smeets  terug. Daarin schrijft hij onder meer dat hij juist een heel hoge hoed op heeft van de artiest en de mens Dylan, maar dat zingen en soms zijn optreden hem niet kunnen bekoren.
Mijn specifieke opmerkingen omzeilde hij wel, en om welk Dylan-rug-concert het ging kon hij niet duidelijk maken. Ergens tussen 2011 en 2013.
Ik heb hem nog uitgebreid en met zorg terug gemaild. En heb- arrogant als ik natuurlijk ook wel een beetje ben als (inmiddels) oud-journalist van Dagblad van het Noorden - bij die reactie twee pdf-bestanden meegestuurd; twee artikelen over Dylan die ik voor mijn krant schreef. Een featureverhaal over Hans Seegers (een van de grootste Dylan-verzamelaars ter wereld) en een featureverhaal over Dylan nadat hij de Nobelprijs voor Literatuur had gewonnen. Om te onderstrepen dat ik weet waarover ik schrijf en dat mijn reactie op zijn column niet uit de lucht komt vallen.
Een sprong naar de juli-maand. Wie schetst mijn verbazing dat Smeets in deze column (zie hieronder) meer dan zijdelings ingaat op mijn reactie. Met enige journalistieke overdrijving, maar dat mag hij.
Ik heb –na verschijning van deze column- Mart Smeets wederom uitgebreid terug gemaild, ook om hem te bedanken. En nog even een citaat uit mijn reactie naar hem: "Langzaam krulde een glimlach om mijn mond toen ik verder las. Nee, je moet Van Tellingen niet naar de mond praten, en dat doe je ook niet, maar de bedding waardoor deze column stroomt is zo veel evenwichtiger opgebouwd dan die van april, waarin de vorige column zich schokschouderend een weg zocht."
En verder heb ik hem nog getipt over de op handen zijnde release in november van vol.14 in de onvolprezen Bootleg Series. Ditmaal over de gospelperiode. En –knipoog- dat die lancering ook best een column waard is. Want zingen en performen kon Dylan, zeker ook in die periode. Wat ik zelf wel grappig vind: in mijn Dylan-artikel voor Dagblad van het Noorden (oktober 2016) hekel ik het feit dat Sony/Columbia juist die periode zo onderbelicht laat. En kijk, een paar maanden later wordt bekend dat die periode onderwerp is voor volume 14 van de Bootleg Series. Erbij verschijnt een companion-book (Trouble In Mind) van Clinton Heylin, die ook de liner notes schrijft.
Samenvattend, voor wie de tweede column dit jaar van Mart Smeets over Dylan nog niet kent, lees hem tegen de hierboven geschetste achtergrond. Glimlachen mag.


Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #49

Een vondst van Simon: The Pretty Things brachten in 2015 het album The Sweet Pretty Things (Are In Bed Now, Of Course...) uit. Een Dylan-liefhebber vraagt zich niet af waar die titel vandaan komt, hij weet 't... (zie hier).


[met dank aan Simon]

Volkskrant 21 juli 2017

In het interview met de frontman van de oude punkband The Only Ones:

"Jarenlang luisterde Peter Perrett weinig naar muziek, maar er waren wel teksten van Bob Dylan waaraan hij zich kon vastklampen. 'Ruimte voor muziek en boeken was er eigenlijk niet in mijn hoofd. Maar in een nieuwe Dylan had ik altijd interesse.' Neem die regel uit 'Brownsville Girl' van Knocked Out Loaded (1987): 'Strange how people who suffer together have stronger connections than people who are most content...' Is dat niet fraai en waar tegelijk?"

De column van Peter Buwalda:

"Zingen kan ik niet, dus daarom besloot ik maar een column voor te lezen. Ondertussen zou me vast iets lezingachtigs te binnen schieten. En zo niet, dan las ik gewoon nóg een column voor. Bob Dylan zegt ook nooit boe of bah."

[met dank aan Herman en Jochen]

Isis (1975) - door Jochen

Isis (1975)

De westerse fascinatie voor de exotische mystiek van het oude Egypte is nog ouder dan het ontstaan van de Egyptologie, in de negentiende eeuw. In Mozarts Zauberflöte (1791), de opera vol vrijmetselaarsmysticisme, roept de wijze Sarastro al Isis und Osiris aan, staande in een decor van piramides en palmtakken. In de daaropvolgende decennia culmineert de bekoring; de tijd van de farao’s inspireert tot duizenden opera’s, literaire werken, schilderijen en later ook films (Cleopatra uit 1917 bijvoorbeeld, en de hele reeks Mummy-horrorfilms die in 1932 begint).
Na de Tweede Wereldoorlog verflauwt het thema een beetje, maar verdwijnen doet het nooit. Kuifje’s De Sigaren Van De Farao is een bestseller in 1955, Asterix en Cleopatra in 1965, Indiana Jones trekt met de Staf van Ra naar Caïro (Raiders Of The Lost Ark, 1981), The Bangles scoren hun wereldhit in 1986 (“Walk Like An Egyptian”). En ook vandaag nog verleidt luchtverfrisser Ambi Pur de klanten met het geurtje Egyptische Mystiek (€ 4,25 bij het Kruidvat).

De Isis en de pyramids uit Dylans song staan dus niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van een eeuwenoude traditie van Egyptische referenties in westerse cultuur. Veel meer hoeven we er ook niet achter te zoeken, volgens Jacques Levy, de coauteur. In een van zijn laatste interviews, voor Prism Films in mei 2004, vertelt hij vrij uitvoerig over zijn samenwerking met Dylan:

We hebben het nooit gehad over de betekenis. Je wilt niet weten hoe vaak me is gevraagd wat we met the fifth of May bedoelden. Ik wimpel dat altijd maar af. Ik weet niet wat het betekent. En het kan me ook niet schelen. Ik antwoord dan: verzin je eigen betekenis maar. (…)
Exotisch is het goede woord. Een uitheems gevoel. Het wás exotisch, maar er zaten ook wel wat autobiografische aspecten in de song. Hetzij van mij of van Bob. (…)
Ik had veel belangstelling voor het Wilde Westen, voor cowboydingen. De liedjes die ik met McGuinn heb geschreven, hadden allemaal die western flair. En een paar liedjes die ik met Bob heb geschreven, hebben dat ook. Neem bijvoorbeeld zo’n liedje als
Isis. Isis is een cowboyverhaal, maar er zit heel weinig western in. Niet in de muziek en niet in de beelden. Maar het voelt toch als een cowboyverhaal, dat zich door een ander soort lens afspeelt. 

Die autobiografische elementen zijn, net als die Egyptische elementen, hooguit onbetekenende smaakversterkers. Isis wordt een mystical child genoemd – in de complete catalogus van Dylan komt dat bijvoeglijk naamwoord maar in één ander lied voor: in “Sara”, op ditzelfde album Desire, dezelfde Sara die in “She Belongs To Me” een magische Egyptian ring draagt. Kennelijk associeert de dichter zijn aanstaande ex-vrouw met een antieke Egyptische schone. De koppeling van de namen Sara en Isis is dan gauw gemaakt – die voltrekt zich langs dezelfde lijnen waarop Kafka zijn hoofdpersoon “Samsa” noemt, Klaus Mann zijn collaborerende zwager Gustav Gründgen als “Hendrik Höfgen” te kijk zet (in Mephisto,1936) en Neal Cassady verandert in Dean Moriarty (On The Road, Jack Kerouac).
In het onvolprezen SongTalk-interview met Paul Zollo bevestigt Dylan die beperkte diepgang ook:

Isis… de naam doet wel een belletje rinkelen, maar niet al te krachtig. Het is een naam die je bekend voorkomt. De meeste mensen kennen hem wel ergens van. En wat het ook zou oproepen, dat was allemaal oké, zolang het maar niet te dichtbij kwam. (lacht)

Niet te dicht bij hemzelf, licht Dylan (weer lachend) desgevraagd nog toe.

Trrring!

"Hallo?"
"Ja, hoi, met mij."
"Is het belangrijk?"
"Nou belangrijk, belangrijk. Laat ik zeggen dat ik niet voor niks bel."
"Kun je het een beetje kort houden?"
"Jeetje, wat ben je kribbig. Is er wat?"
"Ik sta op het punt van vertrek. Moet over een kwartier bij de tandarts zijn. Kiespijn."
"Oké, ik houd het kort. Moet je luisteren, ben ik vanmiddag in een gerenommeerde platenzaak, je weet wel die zaak die Harry had aanbevolen. Flink stuk voor gereden, uurtje in de auto. Dus ik struin daar zo een beetje door die bakken met platen, vind ik daar een mono-persing van Blonde On Blonde nog in goede staat. Hartstikke blij natuurlijk. Enfin, ik afrekenen. Nou geef ik je te raden wat die knuppel achter die kassa zei toen ik 'm die plaat overhandigde om af te rekenen."
"Geen idee."
"Weet je wat 'ie zegt? Dit geloof je niet, joh. Hij zegt... Als ik er weer aan denk wordt ik weer kwaad. Hij zegt, houd je vast, dit geloof je niet, hij zegt: 'wat is dat voor muziek?'... Dat geloof je toch niet? Die pik kende Blonde On Blonde niet eens, maar wel werken in een platenzaak. Dat kan toch niet."
"Belde je daar voor..."
"Ik wilde die gozer aan z'n haren wel over die toonbank trekken om er een beetje basiskennis in te rammen... Kent Blonde On Blonde niet!"
"Mmm, ja... luister, ik moet..."
"Maar ja, fatsoenlijk als ik ben doe ik dat natuurlijk niet dus ik verzamel al mijn engelengeduld bij elkaar en leg die gozer rustig uit dat Blonde On Blonde een klassieker is, één van Bob Dylans grote drie uit midden jaren zestig. Vraagt die gozer mij doodleuk 'Wie is dat Bob Dylan?' Dat kan toch niet? Dat zou toch niet in een platenzaak mogen werken? Ik bedoel, hij weet niet eens wie Bob Dylan is!"
"Ik moet nu echt gaan, ik kom te laat."
"Onvoorstelbaar! 'Wie is Bob Dylan?', zegt 'ie, met droge ogen. Dus ik zeg tegen die gozer: 'Bob Dylan is verdomme God. Groter dan Dylan worden ze niet gemaakt. En dat jij dat niet weet is een schande van de bovenste plank. Jij hoort hier niet.' Dat vond die gozer niet zo leuk. Weet je wat 'ie deed? Hij zette me zo de zaak uit! En ik had die mono Blonde On Blonde nog niet eens betaald. Het lef van zo'n gozertje. Ik ben nog woest! Maar uhm... daar bel ik dus voor... Zou jij vanmiddag niet naar die zaak willen rijden om die Blonde On Blonde voor mij te kopen. Die plaat moet ik echt hebben en uhm... ik kom er niet meer in bij die gozer..."
"..."
"Hallo? Ben je d'r nog?"
Tuut, tuut, tuut.

Dylan kort #1241

Setlists: 9 juli, 12 juli, 14 juli, 15 juli.
"Bob Dylan wilde niet streamen", zie hier. [met dank aan Dirk]
Filmfragment: Bob Dylan; Warren Beatty; and Bill Clinton, zie hier. [met dank aan Hilda]
Voor de liefhebbers van andere covers: het album Hudson van Jack de Johnette, Larry Grenadier, John Medeski en John Scofield bevat covers van "Lay Lady Lay" en "A Hard Rain's A-Gonna Fall". "Lay Lady Lay" kan hier beluisterd worden en "A Hard Rain's A Gonna Fall" staat hier. [met dank aan Ton]
"Muziek kan helen": de muziekselectie van Dirk De Wachter, eerste keuze: "Its All Over now, Baby Blue", zie hier.

The Comic Book And Me #47

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

Soms is een afbeelding genoeg en is een verhaal niet nodig.


Dylan kort #1240

Setlists: 2 juli, 4 juli, 5 juli, 6 juli, 8 juli.
"Beyond Here Lies Nothin'", de videoclip met de foto's van Bruce Davidson, zie hier. [met dank aan Hilda]
Lezing, 29 november, bibliotheek Leeuwarden: "Spraakmakende boeken - Bob Dylan, Liedteksten", zie hier. [met dank aan Frits]
Bassist heeft een interview met Tony Garnier, een stuk uit dit interview is online te lezen, zie hier. [met dank aan Frits]
Elvis; een eenzaam leven van Ray Connolly begint met: "Op een ochtend in augustus 1969 zat ik ergens op kantoor in New York met Bob Dylan te bellen," zo heb ik begrepen van Tjeerd. Van de eerste twee bladzijden gaan anderhalf over Bob Dylan. Verder komt Bob Dylan niet veel in deze biografie voor. Tegen het eind van het boek schrijft Connolly: "Of hij kan worden geboekstaafd als een geweldige zanger is een persoonlijke kwestie. Ik ben zelf altijd erg geporteerd geweest van Bob Dylans uitspraak over de wegbereider die Elvis was. 'Toen ik Elvis voor het eerst hoorde,' aldus Dylan, 'was het alsof ik uit de gevangenis ontsnapt was. Ik dank God op mijn blote knieën voor Elvis Presley.'" [met dank aan Tjeerd]
Bob Dylan in Nederlandse musea: Naast Face Value in De Fundatie te Zwolle en de tentoonstelling over Martin Scorsese in Amsterdam, is Bob Dylan ook te vinden bij de tentoonstelling The Jewish Jukebox. Ik heb die tentoonstelling (nog) niet gezien, kan iemand mij zeggen welk album / welke albums van Bob Dylan bij deze tentoonstelling te bezichtigen zijn, zie hier.

Blowin' In The Wind


Het eerste dat ik ooit van Bob Dylan hoorde was "Blowin' In The Wind". Dat was niet in de jaren dat de haren lang waren en de liefde op straat lag, maar zo'n twee decennia later, ergens in de tweede helft van de jaren tachtig. Bob Dylan kwam voorbij op de radio, zomaar. Arbeidsvitamine was het programma, hij speelde "Blowin' In The Wind". Ik moet een jaar of vijftien, zestien geweest zijn. Mijn wereld stond in één klap op z'n kop.

"Blowin' In The Wind", het eerste nummer van The Freewheelin' Bob Dylan. Na die eerste keer moet ik "Blowin' In The Wind"nog honderden, misschien zelfs wel duizenden keren gehoord hebben.
Na zoveel luisteren komt er een moment waar ik nooit rekening mee had gehouden. Een moment waarop ik "Blowin' In The Wind" zo vaak heb gehoord dat het deel van mijn wezen is geworden. Ik had het zo vaak gehoord dat - als ik het draaide - ik het eigenlijk niet meer hoorde. Dat was het moment waarop de realisatie kwam dat het beter is om voor even niet te luisteren naar "Blowin' In The Wind" simpelweg omdat het niet meer gehoord werd door een overbekendheid met de song.

Alles wat is kan ook veranderen.
Afgelopen week hoorde ik twee keer "Blowin' In The Wind", één keer was ik geroerd en één keer schoot ik in de lach.
Ik draaide The 50th Anniversary Collection en hoorde de eerste take van "Blowin' In The Wind". De eerste take, dat is de take opgenomen direct voor die allerbekendste versie van "Blowin' In The Wind", de take die The Freewheelin' Bob Dylan opent.
Die eerste take is dan wel geen mislukking, maar zeker ook niet perfect. Was die take wel de beste versie die de jonge Bob Dylan uit zijn donder had kunnen persen, dan had Dylan er wel voor gekozen om Freewheelin' met deze eerste take te openen. Dat deed hij niet. Hij nam een tweede take op (en een derde).
De schoonheid van die eerste take schuilt in de bijna perfectie. Het gaat om het bijna. Op deze eerste take klinkt Bob Dylan nog wat onzeker, hij lijkt nog zoekende. De stem is broos en krachtig tegelijkertijd. De eerste take van "Blowin' In The Wind" is er eentje om te koesteren.

Sinds enkele weken beluister ik zo nu een dan een aflevering van Dylans radioprogramma Theme Time Radio Hour. Nooit meer dan één aflevering per dag.
Een paar dagen na het horen van die eerste take van "Blowin' In The Wind" luisterde ik naar aflevering 53 van Theme Time Radio Hour. In deze uitzending draait Bob Dylan "Ruby Tuesday" van The Rolling Stones. Na het draaien van dit nummer prijst Dylan de blokfluit-partij van Brian Jones op "Ruby Tuesday". Vervolgens pakt hij een blokfluit en speelt hij een klein stukje van "Blowin' In The Wind" op het instrument.
Het is een absurd moment in Dylans radioshow. Zo absurd en onverwacht dat het op mijn lachspieren werkte.
Maar het meest absurde is misschien nog wel dat ik door het horen van die eerste take en die blokfluit-fladder weer met nieuwe oren naar "Blowin' In The Wind" kan luisteren.

Ik werd van mijn stuk gebracht door twee nauwelijks bekende versies van misschien wel Bob Dylans bekendste nummer, "Blowin' In The Wind". Ik kan het iedereen aanraden, luisteren naar de eerste take en de blokfluit-flard van "Blowin' In The Wind". Het zet de wereld opnieuw op z'n kop.



Dylan kort #1239

Setlists: 25 juni, 27 juni, 29 juni en 30 juni.
23 juni 1978: Bob Dylan in de Kuip, zie hier.
Recensie: Old Crow Medicine Show speelt Blonde On Blonde in Paradiso, zie hier.
Italiaanse heruitgaven van 37 Dylan-albums, zie hier.
De afbeelding bij deze "Dylan kort" is een still uit de Netflix-docu Abstract; The Art of Design. Dit werk is van Paula Scher. [met dank aan Alja]