Dylan & de Beats

In maart 2016 schreef ik op deze blog onder andere: "Vandaag precies 94 jaar geleden werd Jack Kerouac geboren. Dat maakt vandaag een geschikte dag om bekend te maken dat ik sinds enkele maanden werk aan een boek over Bob Dylan en de schrijvers van de Beat Generation. Dylan & de Beats is de (voorlopige) titel van dit boek." En: "Later dit jaar zal Dylan & de Beats verschijnen."

Dat liep even wat anders. Dylan & de Beats is niet in 2016 verschenen en het is maar de vraag of het mij gaat lukken om het boek in 2017 te laten verschijnen, al zal ik er binnen mijn mogelijkheden alles aan doen om Dylan & de Beats dit jaar nog te publiceren.

Hoe kan het nou dat Dylan & de Beats zoveel later zal verschijnen dan ik aanvankelijk dacht? Allereerst heb ik de benodigde tijd om dit boek te schrijven verkeerd ingeschat. Om Dylan & de Beats te kunnen schrijven moet ik veel Beat-literatuur (her-)lezen. Hoewel ik inmiddels enkele meters Beat-literatuur heb gelezen, heb ik nog (lang) niet alle boeken gelezen die ik van mezelf moet lezen om Dylan & de Beats te schrijven. Daarnaast heb ik - zoals vaste lezers van de blog inmiddels weten - het afgelopen jaar lopen klooien met mijn gezondheid waardoor het werken aan Dylan & de Beats maandenlang bijna helemaal stil kwam te liggen.

Maar uitstel betekent in dit geval geen afstel, Dylan & de Beats zal verschijnen, al is het een stuk later dan ik aanvankelijk dacht.
Het maandenlang stil liggen van het werken aan Dylan & de Beats blijkt - achteraf gezien - een groot voordeel. Tijdens de maanden dat ik niet tot nauwelijks aan schrijven of lezen toekwam, heb ik wel een grote hoeveelheid nieuwe informatie over de relaties tussen Bob Dylan en de verschillende schrijvers van de Beat Generation weten te vinden.

Voor een ieder die wacht op Dylan & de Beats: nog even geduld. Het boek komt er, alleen wat later dan gepland was.

Dylan kort #1242

Setlists: 16 juli, 19 juli, 21 juli, 22 juli.
Bob Dylan FAQs, een mindmap van Hans, zie hier. [met dank aan Hans]
Ondergewaardeerde liedjes: "It's Aright, Ma (I'm Only Bleeding)", zie hier.

"Bob Dylan is the Shakespeare for Our Time"

Wat ging er aan de column van Mart Smeets begin juli vooraf - door Ed

Wat ging er aan de column van Mart Smeets begin juli vooraf.
 Ik viel over de column van Mart Smeets in de VARA-gids van april dit jaar. Daarin haalt hij uit naar Dylan. Dat mag hij doen, maar dan wel met kennis van zaken. Zijn beweringen sloegen nergens op. Het was een zuur en chagrijnig stuk. En wat Smeets altijd doet als hij over Dylan praat (bij DWDD) of schrijft: dan heeft hij het over Dylan die met zijn rug naar het publiek zingt.
Dat doet hij zo hardnekkig dat hij kennelijk in zijn eigen fake-nieuws (want dat is het) is gaan geloven. Ook weer in die column van april. Voor mij vormde die lulkoek de druppel om nu eens te reageren. Smeets geldt wel als muziekkenner en in die hoedanigheid schrijft hij een wekelijkse column in de VARA-gids. Die lees ik meestal met genoegen, maar als het om Dylan gaat komt hij in mijn beleving niet verder dan gemeenplaatsen en gemakzucht. Dat pik ik niet als je, zoals Smeets, met enige pretentie over je onderwerp schrijft. Het druist in tegen mijn journalistieke hart dat nog zachtjes klopt, ook al ben ik nu met pensioen.
Mijn conclusie in mijn reactie naar Smeets: "Als je bent blijven steken in Blonde On Blonde en Highway 61 Revisited, allemaal prima. Maar meet je dan niet de air aan dat je met inhoud over Dylan schrijft." En ik vroeg hem bij welk concert hij Dylan met de rug naar het publiek had zien zingen. Zelf heb ik alle concerten in Nederland vanaf 2003 bezocht –altijd in de voorste gelederen- en nooit heb ik dat fenomeen mogen aanschouwen. Mijn conclusie: "Het lijkt erop dat Smeets zelf deze bijdrage met de rug naar zijn lezerspubliek heeft geschreven."
Ik kreeg –hulde en heel correct!- de volgende dag (19 april) al een reactie van Mart Smeets  terug. Daarin schrijft hij onder meer dat hij juist een heel hoge hoed op heeft van de artiest en de mens Dylan, maar dat zingen en soms zijn optreden hem niet kunnen bekoren.
Mijn specifieke opmerkingen omzeilde hij wel, en om welk Dylan-rug-concert het ging kon hij niet duidelijk maken. Ergens tussen 2011 en 2013.
Ik heb hem nog uitgebreid en met zorg terug gemaild. En heb- arrogant als ik natuurlijk ook wel een beetje ben als (inmiddels) oud-journalist van Dagblad van het Noorden - bij die reactie twee pdf-bestanden meegestuurd; twee artikelen over Dylan die ik voor mijn krant schreef. Een featureverhaal over Hans Seegers (een van de grootste Dylan-verzamelaars ter wereld) en een featureverhaal over Dylan nadat hij de Nobelprijs voor Literatuur had gewonnen. Om te onderstrepen dat ik weet waarover ik schrijf en dat mijn reactie op zijn column niet uit de lucht komt vallen.
Een sprong naar de juli-maand. Wie schetst mijn verbazing dat Smeets in deze column (zie hieronder) meer dan zijdelings ingaat op mijn reactie. Met enige journalistieke overdrijving, maar dat mag hij.
Ik heb –na verschijning van deze column- Mart Smeets wederom uitgebreid terug gemaild, ook om hem te bedanken. En nog even een citaat uit mijn reactie naar hem: "Langzaam krulde een glimlach om mijn mond toen ik verder las. Nee, je moet Van Tellingen niet naar de mond praten, en dat doe je ook niet, maar de bedding waardoor deze column stroomt is zo veel evenwichtiger opgebouwd dan die van april, waarin de vorige column zich schokschouderend een weg zocht."
En verder heb ik hem nog getipt over de op handen zijnde release in november van vol.14 in de onvolprezen Bootleg Series. Ditmaal over de gospelperiode. En –knipoog- dat die lancering ook best een column waard is. Want zingen en performen kon Dylan, zeker ook in die periode. Wat ik zelf wel grappig vind: in mijn Dylan-artikel voor Dagblad van het Noorden (oktober 2016) hekel ik het feit dat Sony/Columbia juist die periode zo onderbelicht laat. En kijk, een paar maanden later wordt bekend dat die periode onderwerp is voor volume 14 van de Bootleg Series. Erbij verschijnt een companion-book (Trouble In Mind) van Clinton Heylin, die ook de liner notes schrijft.
Samenvattend, voor wie de tweede column dit jaar van Mart Smeets over Dylan nog niet kent, lees hem tegen de hierboven geschetste achtergrond. Glimlachen mag.


Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #49

Een vondst van Simon: The Pretty Things brachten in 2015 het album The Sweet Pretty Things (Are In Bed Now, Of Course...) uit. Een Dylan-liefhebber vraagt zich niet af waar die titel vandaan komt, hij weet 't... (zie hier).


[met dank aan Simon]

Volkskrant 21 juli 2017

In het interview met de frontman van de oude punkband The Only Ones:

"Jarenlang luisterde Peter Perrett weinig naar muziek, maar er waren wel teksten van Bob Dylan waaraan hij zich kon vastklampen. 'Ruimte voor muziek en boeken was er eigenlijk niet in mijn hoofd. Maar in een nieuwe Dylan had ik altijd interesse.' Neem die regel uit 'Brownsville Girl' van Knocked Out Loaded (1987): 'Strange how people who suffer together have stronger connections than people who are most content...' Is dat niet fraai en waar tegelijk?"

De column van Peter Buwalda:

"Zingen kan ik niet, dus daarom besloot ik maar een column voor te lezen. Ondertussen zou me vast iets lezingachtigs te binnen schieten. En zo niet, dan las ik gewoon nóg een column voor. Bob Dylan zegt ook nooit boe of bah."

[met dank aan Herman en Jochen]

Isis (1975) - door Jochen

Isis (1975)

De westerse fascinatie voor de exotische mystiek van het oude Egypte is nog ouder dan het ontstaan van de Egyptologie, in de negentiende eeuw. In Mozarts Zauberflöte (1791), de opera vol vrijmetselaarsmysticisme, roept de wijze Sarastro al Isis und Osiris aan, staande in een decor van piramides en palmtakken. In de daaropvolgende decennia culmineert de bekoring; de tijd van de farao’s inspireert tot duizenden opera’s, literaire werken, schilderijen en later ook films (Cleopatra uit 1917 bijvoorbeeld, en de hele reeks Mummy-horrorfilms die in 1932 begint).
Na de Tweede Wereldoorlog verflauwt het thema een beetje, maar verdwijnen doet het nooit. Kuifje’s De Sigaren Van De Farao is een bestseller in 1955, Asterix en Cleopatra in 1965, Indiana Jones trekt met de Staf van Ra naar Caïro (Raiders Of The Lost Ark, 1981), The Bangles scoren hun wereldhit in 1986 (“Walk Like An Egyptian”). En ook vandaag nog verleidt luchtverfrisser Ambi Pur de klanten met het geurtje Egyptische Mystiek (€ 4,25 bij het Kruidvat).

De Isis en de pyramids uit Dylans song staan dus niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van een eeuwenoude traditie van Egyptische referenties in westerse cultuur. Veel meer hoeven we er ook niet achter te zoeken, volgens Jacques Levy, de coauteur. In een van zijn laatste interviews, voor Prism Films in mei 2004, vertelt hij vrij uitvoerig over zijn samenwerking met Dylan:

We hebben het nooit gehad over de betekenis. Je wilt niet weten hoe vaak me is gevraagd wat we met the fifth of May bedoelden. Ik wimpel dat altijd maar af. Ik weet niet wat het betekent. En het kan me ook niet schelen. Ik antwoord dan: verzin je eigen betekenis maar. (…)
Exotisch is het goede woord. Een uitheems gevoel. Het wás exotisch, maar er zaten ook wel wat autobiografische aspecten in de song. Hetzij van mij of van Bob. (…)
Ik had veel belangstelling voor het Wilde Westen, voor cowboydingen. De liedjes die ik met McGuinn heb geschreven, hadden allemaal die western flair. En een paar liedjes die ik met Bob heb geschreven, hebben dat ook. Neem bijvoorbeeld zo’n liedje als
Isis. Isis is een cowboyverhaal, maar er zit heel weinig western in. Niet in de muziek en niet in de beelden. Maar het voelt toch als een cowboyverhaal, dat zich door een ander soort lens afspeelt. 

Die autobiografische elementen zijn, net als die Egyptische elementen, hooguit onbetekenende smaakversterkers. Isis wordt een mystical child genoemd – in de complete catalogus van Dylan komt dat bijvoeglijk naamwoord maar in één ander lied voor: in “Sara”, op ditzelfde album Desire, dezelfde Sara die in “She Belongs To Me” een magische Egyptian ring draagt. Kennelijk associeert de dichter zijn aanstaande ex-vrouw met een antieke Egyptische schone. De koppeling van de namen Sara en Isis is dan gauw gemaakt – die voltrekt zich langs dezelfde lijnen waarop Kafka zijn hoofdpersoon “Samsa” noemt, Klaus Mann zijn collaborerende zwager Gustav Gründgen als “Hendrik Höfgen” te kijk zet (in Mephisto,1936) en Neal Cassady verandert in Dean Moriarty (On The Road, Jack Kerouac).
In het onvolprezen SongTalk-interview met Paul Zollo bevestigt Dylan die beperkte diepgang ook:

Isis… de naam doet wel een belletje rinkelen, maar niet al te krachtig. Het is een naam die je bekend voorkomt. De meeste mensen kennen hem wel ergens van. En wat het ook zou oproepen, dat was allemaal oké, zolang het maar niet te dichtbij kwam. (lacht)

Niet te dicht bij hemzelf, licht Dylan (weer lachend) desgevraagd nog toe.

Trrring!

"Hallo?"
"Ja, hoi, met mij."
"Is het belangrijk?"
"Nou belangrijk, belangrijk. Laat ik zeggen dat ik niet voor niks bel."
"Kun je het een beetje kort houden?"
"Jeetje, wat ben je kribbig. Is er wat?"
"Ik sta op het punt van vertrek. Moet over een kwartier bij de tandarts zijn. Kiespijn."
"Oké, ik houd het kort. Moet je luisteren, ben ik vanmiddag in een gerenommeerde platenzaak, je weet wel die zaak die Harry had aanbevolen. Flink stuk voor gereden, uurtje in de auto. Dus ik struin daar zo een beetje door die bakken met platen, vind ik daar een mono-persing van Blonde On Blonde nog in goede staat. Hartstikke blij natuurlijk. Enfin, ik afrekenen. Nou geef ik je te raden wat die knuppel achter die kassa zei toen ik 'm die plaat overhandigde om af te rekenen."
"Geen idee."
"Weet je wat 'ie zegt? Dit geloof je niet, joh. Hij zegt... Als ik er weer aan denk wordt ik weer kwaad. Hij zegt, houd je vast, dit geloof je niet, hij zegt: 'wat is dat voor muziek?'... Dat geloof je toch niet? Die pik kende Blonde On Blonde niet eens, maar wel werken in een platenzaak. Dat kan toch niet."
"Belde je daar voor..."
"Ik wilde die gozer aan z'n haren wel over die toonbank trekken om er een beetje basiskennis in te rammen... Kent Blonde On Blonde niet!"
"Mmm, ja... luister, ik moet..."
"Maar ja, fatsoenlijk als ik ben doe ik dat natuurlijk niet dus ik verzamel al mijn engelengeduld bij elkaar en leg die gozer rustig uit dat Blonde On Blonde een klassieker is, één van Bob Dylans grote drie uit midden jaren zestig. Vraagt die gozer mij doodleuk 'Wie is dat Bob Dylan?' Dat kan toch niet? Dat zou toch niet in een platenzaak mogen werken? Ik bedoel, hij weet niet eens wie Bob Dylan is!"
"Ik moet nu echt gaan, ik kom te laat."
"Onvoorstelbaar! 'Wie is Bob Dylan?', zegt 'ie, met droge ogen. Dus ik zeg tegen die gozer: 'Bob Dylan is verdomme God. Groter dan Dylan worden ze niet gemaakt. En dat jij dat niet weet is een schande van de bovenste plank. Jij hoort hier niet.' Dat vond die gozer niet zo leuk. Weet je wat 'ie deed? Hij zette me zo de zaak uit! En ik had die mono Blonde On Blonde nog niet eens betaald. Het lef van zo'n gozertje. Ik ben nog woest! Maar uhm... daar bel ik dus voor... Zou jij vanmiddag niet naar die zaak willen rijden om die Blonde On Blonde voor mij te kopen. Die plaat moet ik echt hebben en uhm... ik kom er niet meer in bij die gozer..."
"..."
"Hallo? Ben je d'r nog?"
Tuut, tuut, tuut.

Dylan kort #1241

Setlists: 9 juli, 12 juli, 14 juli, 15 juli.
"Bob Dylan wilde niet streamen", zie hier. [met dank aan Dirk]
Filmfragment: Bob Dylan; Warren Beatty; and Bill Clinton, zie hier. [met dank aan Hilda]
Voor de liefhebbers van andere covers: het album Hudson van Jack de Johnette, Larry Grenadier, John Medeski en John Scofield bevat covers van "Lay Lady Lay" en "A Hard Rain's A-Gonna Fall". "Lay Lady Lay" kan hier beluisterd worden en "A Hard Rain's A Gonna Fall" staat hier. [met dank aan Ton]
"Muziek kan helen": de muziekselectie van Dirk De Wachter, eerste keuze: "Its All Over now, Baby Blue", zie hier.

The Comic Book And Me #47

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

Soms is een afbeelding genoeg en is een verhaal niet nodig.


Dylan kort #1240

Setlists: 2 juli, 4 juli, 5 juli, 6 juli, 8 juli.
"Beyond Here Lies Nothin'", de videoclip met de foto's van Bruce Davidson, zie hier. [met dank aan Hilda]
Lezing, 29 november, bibliotheek Leeuwarden: "Spraakmakende boeken - Bob Dylan, Liedteksten", zie hier. [met dank aan Frits]
Bassist heeft een interview met Tony Garnier, een stuk uit dit interview is online te lezen, zie hier. [met dank aan Frits]
Elvis; een eenzaam leven van Ray Connolly begint met: "Op een ochtend in augustus 1969 zat ik ergens op kantoor in New York met Bob Dylan te bellen," zo heb ik begrepen van Tjeerd. Van de eerste twee bladzijden gaan anderhalf over Bob Dylan. Verder komt Bob Dylan niet veel in deze biografie voor. Tegen het eind van het boek schrijft Connolly: "Of hij kan worden geboekstaafd als een geweldige zanger is een persoonlijke kwestie. Ik ben zelf altijd erg geporteerd geweest van Bob Dylans uitspraak over de wegbereider die Elvis was. 'Toen ik Elvis voor het eerst hoorde,' aldus Dylan, 'was het alsof ik uit de gevangenis ontsnapt was. Ik dank God op mijn blote knieën voor Elvis Presley.'" [met dank aan Tjeerd]
Bob Dylan in Nederlandse musea: Naast Face Value in De Fundatie te Zwolle en de tentoonstelling over Martin Scorsese in Amsterdam, is Bob Dylan ook te vinden bij de tentoonstelling The Jewish Jukebox. Ik heb die tentoonstelling (nog) niet gezien, kan iemand mij zeggen welk album / welke albums van Bob Dylan bij deze tentoonstelling te bezichtigen zijn, zie hier.

Blowin' In The Wind


Het eerste dat ik ooit van Bob Dylan hoorde was "Blowin' In The Wind". Dat was niet in de jaren dat de haren lang waren en de liefde op straat lag, maar zo'n twee decennia later, ergens in de tweede helft van de jaren tachtig. Bob Dylan kwam voorbij op de radio, zomaar. Arbeidsvitamine was het programma, hij speelde "Blowin' In The Wind". Ik moet een jaar of vijftien, zestien geweest zijn. Mijn wereld stond in één klap op z'n kop.

"Blowin' In The Wind", het eerste nummer van The Freewheelin' Bob Dylan. Na die eerste keer moet ik "Blowin' In The Wind"nog honderden, misschien zelfs wel duizenden keren gehoord hebben.
Na zoveel luisteren komt er een moment waar ik nooit rekening mee had gehouden. Een moment waarop ik "Blowin' In The Wind" zo vaak heb gehoord dat het deel van mijn wezen is geworden. Ik had het zo vaak gehoord dat - als ik het draaide - ik het eigenlijk niet meer hoorde. Dat was het moment waarop de realisatie kwam dat het beter is om voor even niet te luisteren naar "Blowin' In The Wind" simpelweg omdat het niet meer gehoord werd door een overbekendheid met de song.

Alles wat is kan ook veranderen.
Afgelopen week hoorde ik twee keer "Blowin' In The Wind", één keer was ik geroerd en één keer schoot ik in de lach.
Ik draaide The 50th Anniversary Collection en hoorde de eerste take van "Blowin' In The Wind". De eerste take, dat is de take opgenomen direct voor die allerbekendste versie van "Blowin' In The Wind", de take die The Freewheelin' Bob Dylan opent.
Die eerste take is dan wel geen mislukking, maar zeker ook niet perfect. Was die take wel de beste versie die de jonge Bob Dylan uit zijn donder had kunnen persen, dan had Dylan er wel voor gekozen om Freewheelin' met deze eerste take te openen. Dat deed hij niet. Hij nam een tweede take op (en een derde).
De schoonheid van die eerste take schuilt in de bijna perfectie. Het gaat om het bijna. Op deze eerste take klinkt Bob Dylan nog wat onzeker, hij lijkt nog zoekende. De stem is broos en krachtig tegelijkertijd. De eerste take van "Blowin' In The Wind" is er eentje om te koesteren.

Sinds enkele weken beluister ik zo nu een dan een aflevering van Dylans radioprogramma Theme Time Radio Hour. Nooit meer dan één aflevering per dag.
Een paar dagen na het horen van die eerste take van "Blowin' In The Wind" luisterde ik naar aflevering 53 van Theme Time Radio Hour. In deze uitzending draait Bob Dylan "Ruby Tuesday" van The Rolling Stones. Na het draaien van dit nummer prijst Dylan de blokfluit-partij van Brian Jones op "Ruby Tuesday". Vervolgens pakt hij een blokfluit en speelt hij een klein stukje van "Blowin' In The Wind" op het instrument.
Het is een absurd moment in Dylans radioshow. Zo absurd en onverwacht dat het op mijn lachspieren werkte.
Maar het meest absurde is misschien nog wel dat ik door het horen van die eerste take en die blokfluit-fladder weer met nieuwe oren naar "Blowin' In The Wind" kan luisteren.

Ik werd van mijn stuk gebracht door twee nauwelijks bekende versies van misschien wel Bob Dylans bekendste nummer, "Blowin' In The Wind". Ik kan het iedereen aanraden, luisteren naar de eerste take en de blokfluit-flard van "Blowin' In The Wind". Het zet de wereld opnieuw op z'n kop.



Dylan kort #1239

Setlists: 25 juni, 27 juni, 29 juni en 30 juni.
23 juni 1978: Bob Dylan in de Kuip, zie hier.
Recensie: Old Crow Medicine Show speelt Blonde On Blonde in Paradiso, zie hier.
Italiaanse heruitgaven van 37 Dylan-albums, zie hier.
De afbeelding bij deze "Dylan kort" is een still uit de Netflix-docu Abstract; The Art of Design. Dit werk is van Paula Scher. [met dank aan Alja]

The Times They Are A-Changin’ (1963) - door Jochen

The Times They Are A-Changin’ (1963)

“Struikelend over verloren sigaren van Bertolt Brecht,” schrijft Dylan in de laatste van zijn 11 Outlined Epitaphs (1963), waarin hij behalve reflecties over change, over verandering, een hele serie invloedrijke kunstenaars opsomt. Veertig jaar later onderstreept de dichter de invloed van Brecht nog eens, en stukken uitvoeriger, in zijn autobiografie Chronicles. Explicieter ook, dit keer; Dylan belijdt bijna vijf bladzijden lang zijn ontzag voor de Brechtsong “Seeräuber Jenny” en stelt dat hij vanaf nu songs “totaal beïnvloed door Pirate Jenny” probeert te schrijven.
Te danken hebben we de fascinatie aan Suze Rotolo, Dylans toenmalige vriendin, die destijds een baantje had bij een muziekproductie, bij George Tabori’s Brecht on Brecht. Rotolo herinnert zich ook nog hoe haar vriendje getroffen werd door “Pirate Jenny”: “Hij was stil en verroerde zich niet. Wiebelde zelfs niet met z’n been. Brecht zou vanaf nu deel van hem zijn, net als de uitvoering van Micki Grant als Pirate Jenny.”
Dat lied zal echoën in “When The Ship Comes In”, maar überhaupt doet het iets met Dylans kunstopvatting. “Woody (Guthrie) had nooit zo’n soort song geschreven. Het was geen protestlied en geen sociaal commentaar en er zat geen mensenliefde in.” Hij beschrijft vervolgens hoe hij het liedje ontleedt, de magie ervan probeert te achterhalen, vergelijkt het met Picasso’s Guernica en bewondert het als een “intens lied” dat “een nieuwe prikkel voor mijn zintuigen was”, het heeft “veerkracht” en een “buitensporige kracht.”

Misschien geeft Dylan iets te veel eer aan Brecht – zijn kennismaking met “Pirate Jenny” vindt plaats in het late voorjaar van 1963, als hij ook op eigen kracht en inzicht al los begint te komen van topical songs – maar anderzijds verzwijgt hij de impact die een ander lied uit diezelfde Brechtproductie moet hebben gemaakt: “The Song Of The Moldau”.
Das Lied von der Moldau (muziek Hanns Eisler, tekst Bertolt Brecht) komt oorspronkelijk uit een van Brechts latere stukken, Schweyk im Zweiten Weltkrieg, en wordt ook door Tabori vertaald en bewerkt voor Brecht on Brecht. Het is een kort lied (drie coupletten van vier regels, het derde couplet is een herhaling van het eerste) en vooral het tweede couplet ringt een belletje:

Times are a-changing. The mightiest scheming
Won't save the mighty. The bubble will burst.
Like bloody old peacocks they're strutting and screaming,
But, times are a-changing. The last shall be the first.
The last shall be the first.

Ongeveer drie maanden nadat hij dit heeft gehoord, schrijft Dylan “The Times They Are A-Changin’”.

De impact van dit iconische lied is ongeëvenaard. De titel is inmiddels een spreekwoord, het aantal covers is niet te tellen en het behoort tot het uiterst selecte groepje songs dat doordringt tot een uitspraak van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten, The Supreme Court. “The Times They Are A-Changin’ is een zwak excuus voor het verzaken van je plicht,” schrijft rechter Antonin Scalia bij een zaak in 2010 – en dat is pas de tweede keer dat een liedcitaat tot deze allerhoogste instantie doordringt (de eerste is ook al van Dylan, uit Like A Rolling Stone). Het wordt gebruikt in televisieseries, commercials, films, Steve Jobs citeert het bij de introductie van de Macintosh computer en het wordt tot op de dag van vandaag – al dan niet bewerkt – gezongen bij het maken van politieke statements. Het meest recent door Billy Bragg in 2017.
Die impact was opzet, begrijpen we van Dylans eigen commentaar bij het lied in de liner notes van Biograph (1985): “Dit was absoluut een lied met een doel (…). Ik wilde een grootse song schrijven.” Dat vooropgezette, bewuste blijkt ook uit de bekende anekdote die medemuzikant Tony Glover vertelt. Glover vindt een eerste opzetje voor de song in Dylans typemachine en vraagt, kennelijk weinig geïmponeerd: “What is this shit, man?” Dylan haalt z’n schouders op en antwoordt: “Nou ja, je weet wel, kennelijk willen de mensen zoiets horen.”

Het is een wat defensief weerwoord, misschien zelfs cynisch, maar de tijd geeft Dylan gelijk. Het ís inderdaad een lied dat de mensen graag willen (blijven) horen. En het bewijst Dylans meesterschap, het meesterschap van de kersenplukkende thief of thoughts.
De tekst is tijdloos. De meester is zo slim om, ook bij verwijzingen naar de actualiteit, algemene, universeel geldende bewoordingen te kiezen. Het derde couplet, bijvoorbeeld:

Dylan kort #1238

Wat ziet u, Bob Dylan?
Ik hoor het gehijg van verslaafden ik hoor
De echo's van bommen.
Breng de gedichten tot daden,
Droom hoe gelukkig u bent.
(Hans Dütting - Een kort visioen; blz. 16)

Afbeelding: Toen het vorige week zo bloedheet was ontving ik van Dirk een e-mail met de op het internet gevonden afbeelding bij dit bericht. [met dank aan Dirk]
Setlists: 20 juni, 21 juni, 23 juni, 24 juni.
Er zijn geruchten dat Bob Dylan afgelopen mei een studio in Dublin ingedoken is voor het maken van opnamen, zie hier. [met dank aan Rob]
The Allen Ginsberg project: "Bob Dylan's mother", zie hier.
Coen Peppelenbos in een column over Ernst Jansz: "ondanks een cover van én een loflied op Bob Dylan hield ik nog steeds van Ernst Jansz." Zie hier.


The Comic Book And Me #46

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

Tot nog toe bestonden de afleveringen van "The Comic Book And Me" uit een scan van een (bladzijde uit een) comic met een verwijzing naar een song van Bob Dylan of Bob Dylan zelf. Deze aflevering is anders. Dit keer gaat het om een verwijzing van Bob Dylan naar een comic-figuur.
Het gaat om comicserie Daredevil van Marvel. Daredevil gaat over de blinde advocaat Matt Murdock. Deze Matt Murdock gaat 's nachts de straten van Hell's Kitchen in New York City op als superheld Daredevil om vijanden als Bullseye en Kingpin te bevechten.

In aflevering 47 van Theme Time Radio Hour (onderwerp: "Fools", uitzending: 28 maart 2007) leest Bob Dylan, zoals vaker in afleveringen van Theme Time Radio Hour, een e-mail voor.
Nadat Bob Dylan gezegd heeft vele e-mails te ontvangen, zegt hij het volgende (alle verwijzingen naar Daredevil heb ik vet gemaakt):

"This one is from Matt Murdock in New York City. He writes in: 'Dear Theme Time, I enjoy the show. I live in New York City and recently went to Niagara Falls. I couldn’t believe that people jumped over the falls. Who is the first person to ever do that. Sincerely yours, Matt Murdock, Hell’s Kitchen.'
Well Matt, a lot of folks are going over the Niagara Falls in a barrell, but the first person to actually jump the Falls was a guy named Sam Patch. He was known as the Yankee leaper and he was the first famous United States Daredevil. In September of 1827 he jumped of a 70-foot Passaic Falls in New Jersey. He was also the first man to jump Niagara Falls and live to tell about it.
In the background in honor of Sam Patch and all the other Daredevils 'Fools rush in where angels fear to tread'." [Ik moest gelijk aan "Jokerman" denken...]
Vervolgens is een stuk van "Fools Rush In" door Sonny Stitt te horen. (Hier is een versie van Zoot Sims te beluisteren)

Zoveel overeenkomsten tussen een e-mail en de comic-serie Daredevil, dat is natuurlijk geen toeval meer. De door Bob Dylan in deze aflevering van Theme Time Radio Hour voorgelezen e-mail is een grap, een in elkaar gezet verhaal met verwijzingen naar Daredevil om het verhaal van Sam Patch te kunnen vertellen.
Nog grappiger wordt het wanneer Bob Dylan een of twee afleveringen na deze aflevering van Theme Time Radio Hour een e-mail van Jack White (van The White Stripes) voorleest. Jack White schrijft de echtheid van de door Bob Dylan voorgelezen e-mails te betwijfelen. Dylans antwoord: ik lees jouw e-mail toch voor? Het moet dus wel echt zijn...


Dylan kort #1237

De winnaar van het Old Crow Medicine Show prijzenpakket is bekend: Pim.
Pim heeft inmiddels een e-mail van mij ontvangen. Dank aan alle deelnemers.
Setlists: 17 juni, 18 juni.
RTL Boulevard'Plagiaat Bob Dylan in nobellezing', zie hier.
Alleen voor betalende lezers: 'Wil Bob Dylan ons weer op het verkeerde been zetten?', zie hier.
'Een avondje Bob Dylan in De Avonden', zie hier.
NPO Radio 5: 'Op de band in 1965: "Like A Rolling Stone"', zie hier. [pijnlijk detail: de te beluisteren versie van "Like A Rolling Stone" bij dit bericht is niet van Bob Dylan, maar van een slechte imitator...]

Setlists

Setlist 14 juni: Things Have Changed / To Ramona / Highway 61 Revisited / Stormy Weather / Summer Days / Scarlet Town / Duquesne Whistle / Melancholy Mood / This Nearly Was Mine / Pay In Blood / Why Try To Change Me Now / Early Roman Kings / Desolation Row / All Or Nothing At All / Soon After Midnight / That Old Black Magic / Long And Wasted Years / Autumn Leaves // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man
Niet alleen is de setlist in vergelijking met de setlist van een dag eerder flink op de schop gegaan, ook speelde Bob Dylan voor het eerst in lange tijd weer gitaar (tijdens "To Ramona").

Setlist 15 juni: Things Have Changed / Don't Think Twice, It's All Right / Highway 61 Revisited / Stormy Weather / Summer Days / Scarlet Town / Duquesne Whistle / Melancholy Mood / This Nearly Was Mine / Pay In Blood / Why Try To Change Me Now / Early Roman Kings / Desolation Row / All Or Nothing At All / Soon After Midnight / That Old Black Magic / Long And Wasted Years / Autumn Leaves // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man
Bob Dylan speelde gitaar tijdens "Don't Think Twice, It's All Right".


Win concertkaarten en het album 50 Years Of Blonde On Blonde

Old Crow Medicine Show speelt Dylan

"Country music has a lot to learn from Bob Dylan" 
[Ketch Secor; Old Crow Medicine Show]



Americana-band Old Crow Medicine Show heeft 'iets' met de muziek van Bob Dylan. Voor het album Old Crow Medicine Show (2004) herschreef Ketch Secor de Bob Dylan-compositie "Rock Me, Mama" tot "Wagon Wheel" en voor het album Remedy (2014) werd Bob Dylans "Sweet Amarillo" bewerkt en opgenomen. Voor de officiële video van "Wagon Wheel", zie hier.
Dit jaar bracht Old Crow Medicine Show het album 50 Years Of Blonde On Blonde uit, een gewaagde, maar geslaagde poging om eer te bewijzen aan misschien wel Bob Dylans bekendste album: Blonde On Blonde (1966). Op 50 Years Of Blonde On Blonde speelt de band eigen versies van alle veertien songs van Bob Dylans meesterwerk Blonde On Blonde.
Op dit moment trekt Old Crow Medicine Show door Europa om op verschillende podia hun versie van Blonde On Blonde te spelen. Op 30 juni doet Old Crow Medicine Show Paradiso, Amsterdam aan om ook daar, tijdens het enige optreden in Nederland, de nummers van Blonde On Blonde te spelen. Een buitenkansje om deze band live te zien en horen.

Ga gratis naar Old Crow Medicine Show

Sony Music geeft een pakket met twee concertkaarten voor het optreden in Paradiso op 30 juni en een exemplaar van het album 50 Years Of Blonde On Blonde weg!

Het enige dat je moet doen om kans te maken op dit prijzenpakket is voor dinsdag 20 juni een mailtje sturen met je naam en adres naar tom_dylan@hotmail.com. [onderwerp van de e-mail: "Old Crow Medicine Show"]. Zet ook nog even in je e-mail of je voorkeur naar cd of lp uitgaat.
Loting bepaalt de winnaar. De ontvangen adresgegevens van de winnaar zullen worden doorgegeven aan Sony Music, zij zorgen er voor dat de gewonnen prijs bij de gelukkige winnaar terecht komt.



Video's van Old Crow Medicine Show:
50 Years Of Blonde On Blonde, album trailer, zie hier.
"Just Like A Woman", zie hier.
"Obviously 5 Believers", zie hier

De officiële website van Old Crow Medicine Show bekijken, zie hier.

Ieder pad een andere Bob Dylan

Zoonlief 'doet' havo 3. Hij maakt zijn huiswerk met meer enthousiasme dan ik ooit gedaan heb. Hij komt er wel.
Afgelopen week kwam hij met zijn boek en werkboek voor geschiedenis en de mededeling "dit ga je leuk vinden" de woonkamer in. Bob Dylan staat in de schoolboeken.
De jeugd van tegenwoordig leert op school over Bob Dylan. Het gaat wel goed komen met de wereld, zou je bijna denken. En wat leert de jeugd? De jeugd leert dat Bob Dylan in "The Times They Are A-Changin'" het ouderlijk gezag op de korrel neemt. That's it, meer leert de jeugd niet over Bob Dylan, althans niet op school.
Aan de ene kant teleurstellend, aan de andere kant leert de jeugd meer over Bob Dylan dan over andere 'culturele kanonnen', zoals Alfred Hitchcock, Jasper Johns of John Steinbeck. Zij komen helemaal niet in de schoolboeken voor de jeugd van havo 3 voorbij.

Het is avond, zoonlief heeft zijn huiswerk gemaakt. De achterdeur staat open in de hoop dat de warmte die in het huis gekropen is enigszins zal verdwijnen. Terwijl ik dit schrijf draait Another Self Portrait (2013), het tiende deel van The Bootleg Series.
Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik bega nog wel eens de fout om Another Self Portrait over het hoofd te zien. Het album bevat schitterende muziek, ik vergeet alleen af en toe om die muziek ook daadwerkelijk te draaien.

Stel je voor, de veertien of vijftienjarige jongeman (of jongedame) die op internet naar Bob Dylans "The Times They Are A-Changin'" heeft geluisterd en de in het boek afgedrukte Nederlandse vertaling van de tekst van het nummer heeft gelezen om met die opgedane 'kennis' antwoord te geven op vragen 2a en 2b in het werkboek, wordt geconfronteerd met nummers van Another Self Portrait - laten we zeggen "New Morning" of "These Hands". Kan deze jongeman (of jongedame) geloven dat de Bob Dylan van "The Times They Are A-Changin'"  dezelfde Bob Dylan is als de Bob Dylan van Another Self Portrait? Ik betwijfel het.

Jaren tachtig: mijn vijftienjarige ik hoorde Bob Dylan "Blowin' In The Wind" op de radio spelen. Ik sprong op mijn fiets en kocht de eerste Bob Dylan die ik bij de lokale platenboer tegenkwam: Desire. Bij het voor het eerst beluisteren van Desire dacht ik dat dit niet dezelfde Bob Dylan als de Bob Dylan van "Blowin' In The Wind" kon zijn. Ik dacht in al mijn naïviteit dat er twee Bob Dylans op deze aardkloot rondliepen.

We (ik) prijzen Bob Dylan om zijn muziek, om zijn diversiteit, om zijn onrust, zijn drang om altijd verder te ontwikkelen, nooit lang op een ingeslagen pad te blijven.
Maar is dat wel correct? Bestaat Bob Dylan wel of moeten we (ik) over Bob Dylans - meervoud - spreken? Is ieder pad een andere Bob Dylan? Het is een verontrustende en tegelijkertijd een veel verklarende gedachte: Bob Dylan bestaat niet, daarom luister ik naar zijn muziek.

De jeugd van havo 3 leert één Bob Dylan kennen, een beetje. Dat is altijd nog beter dan geen enkele Bob Dylan kennen.

Dylan kort #1236

Setlist 13 juni: Things Have Changed / Don't Think Twice, It's All Right / Highway 61 Revisited / Beyond Here Lies Nothin' / I Could Have Told You / Pay In Blood / Melancholy Mood / Duquesne Whistle / Stormy Weather / Tangled Up In Blue / Early Roman Kings / Spirit On The Water / Love Sick / All Or Nothing At All / Desolation Row / Soon After Midnight / That Old Black Magic / Long And Wasted Years / Autumn Leaves // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man

"Bob Dylan beschuldigd van plagiaat in Nobellezing", zie hier.
"Bob Dylan beschuldigd van plagiaat, alweer", zie hier.
"Plagiaat Bob Dylan in nobellezing", zie hier.
"Pleegde Bob Dylan plagiaat in zijn Nobellezing?", zie hier.
"Plagieerde Bob Dylan scholierenwebsite?", zie hier.
"Bob Dylan beschuldigd van plagiaat", zie hier.
"Plagieerde Bob Dylan scholierenwebsite voor Nobelprijslezing?", zie hier.
"Plagiaat Bob Dylan in nobellezing", zie hier. [met dank aan Dirk]

Oh if there’s an original thought out there, I could use it right now
[Brownsville Girl]

Nobel lecture - door M&A

Beste Tom,

Bob Dylan heeft zijn Nobel lecture gegeven en hoe! Ik heb vooral genoten van de audio-versie die me op de één of andere manier deed denken aan het reciteren van “Last Thoughts On Woody Guthrie”, zo’n 54 jaar geleden in Town Hall, New York. Ik heb de lezing nu twee keer beluisterd. De eerste keer probeerde ik aanvankelijk aandachtig naar de inhoud te luisteren maar na een minuut of vijf was het toch vooral de voordracht zelf die mijn aandacht trok. De klank van de woorden en het ritme van de zinnen. Dylan heeft zijn best gedaan om goed verstaanbaar te articuleren, iets wat hem bijvoorbeeld tijdens de radioshows van TTRH vaak veel minder goed afging. Dit is een kraakhelder betoog.

Het was natuurlijk vooraf onmogelijk te voorspellen welke invloeden Bob Dylan zou gaan noemen in zijn Nobel lecture. Toen hem in de jaren 60 gevraagd werd of Woody Guthrie zijn grootste voorbeeld was gaf hij te kennen dat dit Hank Williams was. Later noemde hij Jimmie Rodgers, voor wie hij in 1997 zelfs een tribute album organiseerde en financierde, als zijn belangrijkste muzikale invloed. De invloeden uit de literatuur waren vooraf onmogelijk te voorspellen. Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque en de Odyssee van Homerus waren zeer verrassend, alhoewel Dylan in een interview met Paul Zollo (1991) zijn song “Joey” homerische kwaliteiten toekent: “…but to me the song is like a Homer ballad. Much more so than A Hard Rain, which is a long song too. But, to me, Joey has a Homeric quality to it that you don’t hear every day. Especially in popular music.”

Tijdens de vele uren interview met Jeff Rosen voor No Direction Home  zegt hij onder meer: “I had ambitions to set out and find like an odyssey of going home somewhere. I set out to find this home that I’d left a while back and I couldn’t remember exactly where it was, but I was on my way there…I was born very far from where I’m supposed to be and so I’m on my way home, you know.”

Moby Dick (en meer in het bijzonder Herman Melville) is eigenlijk achteraf geen verrassende keuze, aangezien Bob Dylan hier in interviews herhaaldelijk naar heeft verwezen. In 1976 (Neil Kickey interview) zegt hij bijvoorbeeld over Melville: ‘’…somebody I can identify with because of how he looked at life. "  Of in 1985 (Spin interview): “…someone like Herman Melville who writes out of experience – Moby Dick or Confidence Man. I think there’s a certain amount of fantasy in what he wrote. Can you see him riding on the back of a whale?” Het zijn slechts twee voorbeelden uit een hele reeks.

Bob Dylan heeft Buddy Holly altijd al in één adem genoemd met Elvis Presley. Dat was al lang voordat hij naar hem verwees in die Grammy toespraak in 1998. In 1974 (Newsweek) zegt hij over Holly: “The singers and musicians I grew up with transcend nostalgia. Buddy Holly and Johnny Ace are just as valid to me today as then.” In 1977 (Playboy) “…And there were others; I admired Buddy Holly a lot." En in 1984 (Rolling Stone): “…I saw Buddy Holly two or three nights before he did. I saw him in Duluth at the armory. He played there with Link Wray… He was great. He was incredible. I mean, I’ll never forget the image of seeing Buddy Holly up on the bandstand…”

Groet,

M&A

Dylan kort #1235

"Bob Dylan dient Nobel-toespraak in", zie hier.
"Bob Dylan stuurt op de valreep dankrede voor zijn Nobelprijs in", zie hier.
"Bob Dylan: deze boeken en muziek beïnvloedden mij", zie hier.
"Bob Dylan bezorgt alsnog zijn lezing voor de Nobelprijs", zie hier.
"Bob Dylan dient zijn Nobel-lezing in bij Zweedse Academie", zie hier.
"Dylan stuurt eindelijk Nobelprijs-rede in", zie hier.
40up Radio: Dylan covers: luister hier, hier, hier, hier, hier en hier.
Ton van Haperen in zijn column in Onderwijsblad 10: "Onlangs zag ik singer songwriter Bob Dylan optreden. In Antwerpen. De man is 76. Stapt elk jaar honderd keer op een podium. Maakt tussendoor een plaat. Doet dit bijna zestig jaar. En is niet van plan te stoppen. Gelukkig maar." [met dank aan Dolf]
Karel Wasch bij OBA Live over Brendan Behan en een beetje Bob Dylan (15:52), luister hier. [met dank aan Alja]
Marianne Zwagerman - 'Tolerant', zie hier. [met dank aan Dirk]

2016 Nobel Lecture in Literature



Toen gisteren de onderkaak van menig Dylan-liefhebber van verbazing het vloerkleed aantikte, lag ik met koorts op de bank te zwelgen in zelfmedelijden. Rob, Jochen, René en Ference waren zo goed om mij berichten te sturen waarin ze mij attenderen op de afgelopen zondag opgenomen Nobel lecture van Bob Dylan, waarvoor dank.
Ik heb Dylans lezing beluisterd en gelezen.
Er is ongetwijfeld ook al veel geschreven over Bob Dylans lezing. Ik heb de commentaren nog niet gelezen, ik kom tenslotte net van de bank. Er zullen ongetwijfeld mensen hebben geschreven dat Bob Dylan veel te lang heeft gewacht met het inleveren van zijn lezing. Er zullen ook mensen zijn die zullen klagen over het feit dat Dylan 'slechts' een audiobestand heeft ingeleverd in plaats van een daadwerkelijke lezing voor publiek te geven. En dan zijn er natuurlijk nog de Dylan-fans die enthousiast ieder woord van Dylans lezing vier keer omkeren voor ze het geheel nog een vijfde keer lezen en aan het eind verzuchten "dat heeft 'ie goed gedaan."

In zijn lezing noemt Bob Dylan vijf kunstwerken / kunstenaars die van invloed zijn geweest op zijn eigen muziek en schrijven. Hij noemt de muzikant Buddy Holly (en het optreden van Holly dat hij als tiener zag), de opname van "Cottonfields" van Leadbelly en de boeken Moby Dick, All Quiet On The Western Front en The Odyssey.
Al ik vooraf had mogen voorspellen welke vijf invloeden Bob Dylan in zijn speech zou noemen, dan had ik misschien Buddy Holly genoemd, als ik aan Dylans Grammy-speech uit 1998 had gedacht:




 Maar veel waarschijnlijker is het dat ik geen van de vijf vooraf had kunnen raden.
Als ik vooraf een lijstje had moeten maken, dan hadden daar onder andere Woody Guthrie, Hank Williams, Robert Johnson, Arthur Rimbaud en enkele beat-schrijvers op gestaan. Ik had er naast gezeten, en flink ook.

Bob Dylan noemt in zijn lezing drie boeken: Moby Dick, All Quiet On The Western Front en The Odyssey. In het deel over Moby Dick noemt hij zijdelings één keer de naam van de auteur van het boek: Herman Melville. Van de twee andere boeken geeft hij geen naam van de auteur.
Van deze drie boeken heb ik alleen Moby Dick gelezen en toch klinken alle drie de titels mij bekend in de oren. Ik weet niet hoe het bij jou werkt, maar ik krijg gelijk zin om deze drie boeken te lezen.

Moby Dick heb ik al eens gelezen. Wat mij vooral van dat boek is bijgebleven is de openingszin: "Call me Ishmael".
Terug naar 2009. Voor een eerste bijeenkomst voor een opleiding werd aan alle deelnemers gevraagd een voorwerp mee te nemen waarover iets verteld moest worden tijdens het voorstellen. Ik nam Moby Dick van Herman Melville mee.
Ik vertelde dat ik een boek had meegenomen omdat ik graag lees. Dat ik Moby Dick had meegenomen niet zozeer vanwege het boek an sich, maar vanwege de openingszin van dit boek: "Call me Ishmael". Drie woorden had Melville slechts nodig om een wereld open te scheuren en die drie woorden kregen ruim honderd jaar later een echo in misschien wel een van de mooiste songs ooit geschreven (want naast lezen, zo vertelde ik, luisterde ik naar muziek): "Farewell Angelina" van Bob Dylan:

Call me any name you like
I will never deny it

Ik vertelde nog meer tijdens dat voorstelrondje zo'n acht jaar geleden, maar dit was wel de kern van mijn verhaal: Bob Dylan, Herman Melville en iets over belang van namen.

Bob Dylan heeft zijn lezing gegeven, hij heeft voldaan aan de door het Nobelcomité gestelde voorwaarden, maar rustig zal het voorlopig niet worden in mijn bovenkamer.
Zo denk ik steeds aan een artikel in een Tirade van een aantal jaren geleden waarin de schrijver de literaire kwaliteiten van Bob Dylan en Buddy Holly met elkaar vergelijkt. Dat artikel moet ik herlezen, met Dylans speech in mijn achterhoofd kan ik niet anders.
Maar voor nu: terug naar de bank.

Dylan kort #1234

Tarantula (tekening), zie hier. [met dank aan Alja]
Op herhaling: het beeld in dat op Bob Dylan lijkt, zie hier en hier. [met dank aan Peter]
Filmmuseum EYE heeft een tentoonstelling over regisseur Martin Scorsese. In een van de zalen is er aandacht voor de muziekfilms die Scorsese maakte, waaronder The Last Waltz en No Direction Home. Zie hier. [met dank aan Peter]
The Post Online: "Bob Dylan en zijn aanraking met het cultuurmarxisme", zie hier.

Slow Train (1979) - door Jochen

Slow Train (1979)

Gotta Serve Somebody: The Gospel Songs of Bob Dylan uit 2003 is een prachtig tribuutalbum waarop zwarte gospelartiesten elf, deels uitmuntende, versies van Dylans religieuze songs vertolken, van songs die afkomstig zijn van het Devote Duo Slow Train Coming en Saved. Producer van beide Dylanplaten is de gelouterde veteraan Jerry Wexler, die ook bijdraagt op de boeiende begeleidende DVD bij het tribuutalbum, een documentaire waarop intimi als drummer Jim Keltner en gitarist Fred Tackett vertellen over hun ervaringen met Dylan.
Het interview met de bedaarde, milde en wijze Wexler is een hoogtepunt. Hij herinnert zich de eerste confrontatie met Dylans nieuwe repertoire en zijn verrassing:

Ik zei tegen Barry (Beckett, co-producer en toetsenist): “Het lijkt erop dat we van voor tot achter Jezus gaan krijgen.” Wat me helemaal niet afschrok, overigens. Dat kon me echt niet schelen. Want het was Bob. Al had hij de Gouden Gids willen doen: “Jawel, meneer. En waar wenst u te beginnen, bij de A of bij de Z?”

En nog steeds, ruim twintig jaar na de opnames, gloeit er trots na bij de man die toch ook bij legendes als Aretha Franklin, Dusty Springfield en Ray Charles achter de knoppen zat, de man die het begrip rhythm and blues bedacht om het hatelijke race music weg te poetsen.

Om bekend te staan als de producer van Bob Dylan… dat maakt het beeld helemaal af. Dus – aangezien ik over een gezonde behoefte tot zelfverheerlijking beschik – dat feit heeft me heel gelukkig gemaakt: ik heb met Bob Dylan gewerkt en ik ben niet afgegaan. (…) Heb je die uitzending met Sinéad O’Connor gezien, waarin ze zegt dat haar leven het meest is beïnvloed door die plaat? 

De eerste song die Dylan voor zijn eerste religieuze plaat schrijft is geen religieus lied. “Slow Train” heeft wel die status, mede ook omdat Dylan kennelijk een bijzonder belang eraan hecht en zelfs het hele album ernaar noemt. Maar tekstueel valt het lied beslist buiten de boot, Dylan kiest een vlag die de lading absoluut niet dekt. “Slow Train” behoort gerubriceerd te worden in de kolom waarin ook “Mississippi”, “Chimes Of Freedom” en “Changing Of The Guards” staan; weidse, omvattende confettiregens van impressies door een Amerikaanse staatsburger die het particuliere met het universele verbindt, die slalomt tussen satire, verslaggeving, surrealisme, aforismen en poëzie.

Het lied is dan ook, althans in een oervorm, geschreven vóór Dylans radicale omslag naar religieuze muziek, vóór de Bijbelstudiesessies in Reseda. Die sessies bezoekt de dichter bijna elke ochtend in de eerste maanden van 1979, de eerste kennismaking met “Slow Train” vindt plaats in december 1978, tijdens een soundcheck in Nashville. Een nietsvermoedende getuige van dat eerste uur zou het lied waarderend als een bonustrack bij Street Legal plaatsen, waarschijnlijk. De openingsregel is een echo van de verzuchting op “We Better Talk This Over”:
I feel displaced, I got a low-down feeling - Sometimes I feel so low-down and disgusted
En uit datzelfde Street Legal-lied herkennen we ook de uitgesproken afkeer van schijnheiligheid en achterbaksheid: hier fulmineert de dichter tegen de companions die hun principes verzaken, de vijand die zich verbergt onder een ‘mantel van fatsoen’, blufkampioenen en ‘meesters van de suggestie’, in We Better veracht hij de opponent die two-faced en double-dealing is, leugenachtig en verraderlijk.
Daarbij blijft het niet, qua sfeer-, toon- en inhoudsgelijkenis. In “Changing Of The Guards” aanschouwt de protagonist spijtig de machtshongerige thieves and merchants, in “No Time To Think” oordeelt hij, net als in “Slow Train” dat winstbejag en commercie ons beheersen en ontmenselijken (“Mercury rules you,” bijvoorbeeld) en überhaupt herinnert de trein die hier traag om de bocht verschijnt aan de trein die in het slotlied van Street Legal vertrekt: There is a long-distance train, pulling through the rain.

Nu zijn treinen geen nieuw verschijnsel in Dylans oeuvre, natuurlijk. Dit is het negenentwintigste officiële lied waarin een trein langs tuft, en al uit de hoestekst van Highway 61 Revisited, vijftien jaar hiervoor, blijkt Dylans fascinatie voor het beeld van de slow train. Die tekst opent met “On the slow train time does not interfere”, Autumn wijst een paar regels verder op de voorbij kruipende slow train en afgesloten wordt de woest uitwaaierende prozatekst met de verhullende onthulling dat de onderwerpen van de liedteksten op dit album iets van doen hebben met mooie vreemdelingen, Vivaldi’s groene colbertje en de holy slow train, de heilige trage trein.
Het is een mooi, sterk, gietijzeren beeld, het beeld van de trein die langzaam om de bocht verschijnt. In deze liedtekst dreigender, duisterder, apocalyptischer dan we kennen van Dylan. Aanvankelijk, in de eerste jaren 60, staat de trein ‘gewoon’ symbool voor romantische Wanderlust, de romantische drijfveer van de verteller die het geluk achter de volgende berg hoopt te vinden. “Poor Boy Blues”, “Gypsy Lou”, “Paths Of Victory”, om maar een paar te noemen. Gaandeweg verwordt het beeld van de trein langzaam tot decorstuk, om de onthechtheid van de protagonist te illustreren, bijvoorbeeld. Zoals in “It Takes A Lot To Laugh” en “Visions Of Johanna”. Onheilbrengend worden de treinen pas in de jaren 70. Nachtelijke hitte treft hem met de verwoestende kracht van een goederentrein in “Simple Twist Of Fate”. In “Señor” is het laatste dat de ontklede, knielende verteller ziet (overigens een kopie van de executiescène op de laatste bladzijde van Kafka’s Der Prozeß) a trainload of fools en in de podiumpraat waarmee Dylan in 1978 dit lied altijd aankondigt, verhaalt de zanger over een treinreis waarbij een oude Mexicaan met duivelse trekken in zijn coupé zit: “Hij was slechts gekleed in een deken en was minstens 150 jaar oud. Ik kon zien dat de vlammen uit zijn ogen sloegen. En er kwam rook uit zijn neus.”
Een medepassagier die vraagtekens oproept over de reisbestemming. Bepaald geen muizige forens op weg naar zijn werk op de afdeling debiteurenbeheer, in ieder geval – eerder een demon op weg naar het Armageddon.

hak & tak: Dylan, Belafonte, haiku, Beatles & een beetje Burroughs

Bob Dylans allereerste baantje als muzikant in de studio was mondharmonica spelen voor Harry Belafonte op het nummer "Midnight Special" van het gelijknamige album. Met dat weetje ben ik groot geworden. In 2004 bevestigde Bob Dylan in Chronicles dat het echt zo is gegaan: "I'd be making my professional recording debut with Harry [Belafonte], playing harmonica on one of his albums called Midnight Special."
Bob Dylan eerste keer in de studio was dus tijdens de sessies met Harry Belafonte.

Volgens Searching For A Gem zit 't echter anders: "documentation found in 2001 in the RCA vaults along with the tapes dates the session [met Belafonte] definitively as having been recorded at Webster Hall, New York City, on the later date of 2 Feb 1962." Dat is na de opnamen, in november 1961, voor Bob Dylans debuutalbum.
De wereld staat op z'n kop: dat wat ik zeker wist is niet meer zeker.

En ik was helemaal niet van plan om over de opnamedatum van "Midnight Special" te schrijven. Wat ik wilde schrijven is dit: Bob Dylan vond de titel "If You Ever Go To Houston" van het album Together Through Life (2009) in de tekst van het nummer "Midnight Special", een nummer dat begin jaren zestig door Harry Belafonte werd opgenomen met een piepjonge nog onbekende Bob Dylan op mondharmonica. Dat heb ik niet zelf bedacht, dat las ik in het onverwacht aardige boek Haiku 61 Revisited van Robert MacMillan.
Wie schrijft er nou een boek vol haiku over de songs van Bob Dylan?
Het antwoord op die vraag is natuurlijk: Robert MacMillan, maar ik stelde die vraag niet om een antwoord te kunnen geven. Ik stelde die vraag om aan te geven hoe absurd het idee is: een boek vol haiku over de songs van Bob Dylan. Absurd.
Het wordt nog absurder: het werkt.
MacMillan schreef voor iedere door Dylan uitgebrachte song een haiku gevolgd door een uitleg variërend in lengte van één regel tot enkele bladzijdes. De vorm van haiku (3 regels) zorgt ervoor dat MacMillan de essentie van iedere song in een zeer beperkte hoeveelheid woorden moet vangen. Hij heeft hierbij goed gekeken naar, zoals hij zelf in het voorwoord van zijn boek schrijft, de manier waarop de samensteller van Anthology Of American Folk Music, Harry Smith, de songs op deze box kort, maar krachtig omschreef in het boekwerk bij deze box.
Ik dwaal af, het ging om "If You Ever Go To Houston" en "Midnight Special".

"Midnight Special":

If you're ever in Houston, oh you better do the right
You better not gamble and you better not fight

"If You Ever Go To Houston":

If you ever go to Houston
Better walk right
Keep your hands in your pockets
And your gun-belt tight
You'll be asking for trouble
If you're lookin' for a fight

De overeenkomsten tussen de twee songsteksten zijn opmerkelijk.
Er is meer. Eerder in "Midnight Special" zit de regel: "Yonder come Miss Rosie, how in the world did you know?" en nu de connectie tussen de tekst van dit nummer en Bob Dylan is gelegd is het lastig om in de "Miss Rosie" uit "Midnight Special" niet een voorbode te zien van "Rosie" in Dylans "Mississippi":

I was thinkin’ 'bout the things that Rosie said
I was dreaming I was sleepin' in Rosie’s bed

Al is dit misschien wat ver gezocht, toch kan ik het niet helpen dat ik hier aan denk.
Ik denk veel.
Soms te veel.

Aangezien dit bericht toch al van de hak op de tak gaat, kan dit er ook nog wel bij:
Net als de halve wereld luister ik dit weekend naar de nieuwe mix Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles. Ik ben diep onder de indruk van deze nieuwe mix en als dit een Beatles-blog was geweest had ik veel meer te vertellen gehad over deze uitgave.
De Dylan-connectie: Bob Dylan staat afgebeeld op de hoes van Sgt. Pepper en in de liner notes lees ik: "Inspired by Bob Dylan, from the arrival of Rubber Soul in December 1965 it was clear that The Beatles were exploring new aveneus with their lyrics."
de connecties tussen the Beatles en Bob Dylan beperken zich (uiteraard) niet tot Sgt. Pepper. The Beatles bewonderden Bob Dylan en Bob Dylan bewonderde The Beatles. Uit zo'n situatie ontstaan bijna als vanzelf de connecties. Wie schrijft ze eens allemaal op?

Terwijl ik bedenk dat ook William Burroughs op de hoes van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band is afgebeeld, een Beat-schrijver die (indirect) ook te vinden is op een hoes van een Dylan-album en een van de zes schrijvers wiens werk ik aan het (her-)lezen ben om Dylan & de Beats te kunnen schrijven, vervang ik de inmiddels afgelopen cd Sgt. Pepper voor The Bootleg Series vol. 9 - The Witmark Demos 1962 - 1964. Is er een groter contrast denkbaar dan tussen het "knutselwerk" Sgt. Pepper en de "het is wat 't is" Witmark Demos van The Bootleg Series vol. 9? Ik heb dat contrast niet bewust opgezocht, het ontstaat zoals zoveel ontstaat.


Face Value flyer




Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #48


Uit het boek Waldemar Post; de laatste illustrator.


The Comic Book And Me #45

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

Met dank aan het overzicht van Brian Cronin [zie hier] heb ik weer twee comics met een Dylan-verwijzing gevonden. De eerste is Catwoman #49. Catwoman vraagt "Dylan quotes permissible?" voor ze uit "Like A Rolling Stone" citeert:



De tweede comic in deze aflevering van "The Comic Book And Me" is Nightwing #140 met - zoals Brian Cronin in zijn overzicht aangeeft - een verwijzing naar "Positively 4th Street".
Met de wetenschap dat er een verwijzing naar "Positively 4th Street" in deze comic zit, kan ik de woorden "Forever Young" een paar pagina's eerder haast niet anders dan als ook een verwijzing naar een Dylan-song zien.


Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #47


Luister naar The Bootleg Series vol. 9, cd 1 track 19.
[met dank aan Simon]

Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #46

"Ballad Of A Thin Man II"
Of hoe zeg jij het altijd? "Dylan horen waar hij niet is"?
Ik luister naar dit B-kantje van Robbie Williams [luister hier] waarin een (andere) Mr. Jones gefileerd wordt. Over wie het gaat heeft Robbie nooit gezegd maar de meest plausibele uitleg is dat het gaat over David Bowie.

Als je de tekst erbij pakt:

Bowie heeft ooit over zichzelf gezegd dat hij een National Treasure was
Hij was een Lord
Hij heeft een hartaanval gehad
"You're the oddest ever" - Space oddity
"He can never pass as straight" - Bowie's bi-seksualiteit
Bowie's echte naam David Robert Jones

Gerbrand

Dylan kort #1233

Jan Vollaard over "The Times They Are A-Changin'" zoeken op streaming diensten, uit NRC Handelsblad van 12 mei, zie afbeelding. [met dank aan Alja]
Nell Westerlaken - "Relax, mensen: laat je medebezoeker wel ademhalen", schitterende column in de Volkskrant van vandaag, zie hier. [met dank aan Herman]
In de documentaire "I'm not your negro" over James Baldwin is een fragment te zien van Bob Dylan die "Only A Pawn In Their Game" zingt. [met dank aan Herman]
James Baldwin-vraag: In mijn hoofd zit een stemmetje dat mij zegt dat ik Bob Dylan ooit in een boek van James Baldwin ben tegengekomen, ik weet niet meer welk boek dat is. Wie kan mij de titel van dat boek geven?
"Bob Dylan wordt 76, hier zijn meest Joodse songs", zie hier.
"Als Bob bezongen wordt", zie hier.
Museumtijdschrift: Face Value, zie hier.
Breda Jazz: Fernando Lewis speelt Bob Dylan, zie hier.

Face Value in De Fundatie

Nooit eerder zag ik een Dylan-shirt in een museum. Vandaag in museum De Fundatie te Zwolle waren Dylan-liefhebbers gekomen om de werken van Face Value te bekijken, waaronder de man met het Dylan-shirt om zijn schouders. En wat bleek? Dylan-liefhebbers zijn net gewone mensen. Niet de Dylan-liefhebber, niet de werken van Bob Dylan, zijn de vreemde eend in de bijt in museumland, maar de mannen en vrouwen die het maar moeilijk kunnen accepteren dat een muzikant als Bob Dylan misschien wel meer kan dan alleen muziek maken, zoals tekenen en schilderen op een bovengemiddeld niveau.
Het was vandaag druk bij De Fundatie, maar niet zo druk als ik had verwacht. Er was meer belangstelling voor de werken van Jeroen Krabbe, dan voor de werken van Bob Dylan. Muzikant en componist Michiel Borstlap leek er wat verloren bij te staan terwijl zijn werk audire et videre I  in het atrium klonk. Hoeveel mensen namen de moeite om met de trap of lift helemaal naar de bovenste verdieping van De Fundatie te gaan om daar bijvoorbeeld het schitterende werk Waterijsje van Miriam Meulepas te bekijken?
Ondanks de drukte waren de twaalf werken van Face Value goed te bekijken, mede door de wijze waarop de zalen in De Fundatie zijn ingericht. De werken twaalf door Bob Dylan gemaakte werken hangen over drie wanden aan een zijde van de zaal, aan de andere zijde van de zaal hangen de tussen 1651 en 1658 door Gerard ter Borch gemaakte portretten van Willem Craeyvanger, Christine van der Wart en hun kinderen. Het contrast tussen de werken van Bob Dylan en Gerard ter Borch werkt - voor mij - goed.
In De Fundatie klonk geen muziek (althans, niet van Bob Dylan). De muzikant Bob Dylan laat zich in De Fundatie van een andere kant zien: als beeldend kunstenaar. Of hij een groot beeldend kunstenaar is of dat zijn werken 'alleen maar' in musea hangen omdat hij eerder naam wist te verwerven als muzikant, daar zullen de meningen over blijven verschillen.
De portretten van de drie vrouwen en negen mannen kijken de toeschouwer aan. De door Bob Dylan gebruikte kleuren zijn beperkt in aantal, maar in alle portretten min of meer gelijk waardoor een eenheid tussen de portretten ontstaat. Ook de titels - iedere titel bevat het woord "face" en een naam - van de werken zorgen voor een eenheid, Deze twaalf werken horen bij elkaar.
Maar ondanks die eenheid zijn het toch twaalf individuen die de museumbezoeker vanaf de wanden van De Fundatie aanstaren en ieder door Bob Dylan geportretteerd individu lijkt een mysterie met zich mee te dragen. De twaalf werken intrigeren genoeg om een tweede bezoek in gedachten reeds te plannen.
Voor de tentoonstelling van Face Value in De Fundatie is geen catalogus gedrukt, maar de catalogus van de tentoonstelling van Face Value in Chemnitz (zomer 2016) is te koop in De Fundatie.
De twaalf door Bob Dylan gemaakte portretten hangen nog tot en met 20 augustus in De Fundatie, daarna gaan de werken terug naar Amerika om waarschijnlijk voorlopig niet meer beschikbaar te komen voor tentoonstellingen.
Mocht je voor 20 augustus de kans hebben om de werken in Zwolle in te gaan bekijken, dan kan ik je dit zeker aanraden.
Meer informatie is te vinden op de website van De Fundatie, zie hier.




Clipphanger: Wie is Bob Dylan?

Mister D.

Mister D.

Naast mij ligt het door Eric Sackheim samengestelde boek The Blues Line. In dit boek staan transcripties van teksten van oude bluessongs. Soms lees ik in dit boek, nooit meer dan een bladzijde of vier, vijf per keer. De songteksten in The Blues Line lezen als poëzie en niet zomaar poëzie maar poëzie van grote klasse.
In The Blues Line kwam ik de volgende regels tegen:

I twisted and I tumbled
I rolled the whole night long
I twisted and I tumbled 
I rolled the whole night long
I didn't have no daddy to
hold me in his arms

Deze regels komen uit "Eagles on a Half" van Geechie Wiley.
Een paar bladzijden verderop in hetzelfde boek staat de tekst van "Death Sting Me Blues" van Sara Martin met de regels:

Blues, you made me roll and tumble
you made me weep and sigh

En Muddy Waters nam "Rollin' And Tumblin'" op, dat begon met:

Well, I rolled and I tumbled, cried the whole night long
Well, I rolled and I tumbled, cried the whole night long
Well, I woke up this mornin', didn't know right from wrong

Wat bovenstaande volgens mij vooral laat zien - en er zijn veel meer voorbeelden in The Blues Line te vinden - is dat het onmogelijk is om uit het niets een nieuw kunstwerk te creëren. Goede kunst steunt altijd op de fundamenten van eerdere werken.
Aan de andere kant is het ook zo dat alleen goede kunst als fundament voor nieuwe werken kan dienen.

Het gedicht "Op de drempel" van Victor Schiferli uit de bundel Toespraak in een struik (2008) bevat de regels:

De radio speelt zacht maar er is eigenlijk niets 
om uit te zetten. Alleen Louise en haar minnaar,  
die danig in elkaar opgaan.

Nergens in de bundel wordt duidelijk dat Schiferli "Visions Of Johanna" van Blonde On Blonde nodig had om deze regels te kunnen schrijven (of het moet het citaat uit deze songtekst zijn die voorafgaand aan het gedicht in deze bundel staat afgedrukt).

Het is onmogelijk om als kunstenaar te werken zonder geïnspireerd te zijn of te inspireren, zo lijkt het wel, en u doet dat als geen ander.

Happy birthday, Mister D.

Tom Willems

Trouw (23 mei)

Trouw van vandaag heeft een artikel over de tentoonstelling Face Value, vanaf morgen te zien in Museum de Fundatie te Zwolle. Althans, zo lijkt het, afgaande op de voorpagina van de krant (zie afbeelding bij dit bericht). Het artikel van Joke de Wolf gaat echter helemaal niet over Bob Dylan of Face Value, maar over mensen die bekendheid hebben verworven in de politiek, muziek, o.i.d. en vervolgens gaan schilderen en exposeren. De Wolf heeft het meerdere malen over schilderen als "hobby", een slechtere woordkeuze is niet denkbaar.
Uit alles blijkt dat De Wolf de schilderijen van acteurs, muzikanten, politici, etc. niet serieus kan nemen omdat het schilderijen zijn van acteurs, muzikanten, politici, etc.
Het is jammer dat De Wolf in haar artikel niet ingaat op de kwaliteiten - of het gebrek daaraan - van beeldend kunstenaar Bob Dylan, een gemiste kans.

[met dank aan Marnix]

De Volkskrant van 23 mei heeft een bijlage over De Fundatie met een hele pagina over Face Value. [met dank aan Simon]

De leeslijst (2) - door Leo

Over het gedicht Voor Marc Bolan, geschreven door Peter Holvoet-Hanssen


IK BOBDYLAN, JIJ BOBDYLANT


‘Voor Marc Bolan’ heet het gedicht van Peter Holvoet-Hanssen. Het gaat over Bolan, zanger en gitarist van de glamrockband T-Rex. De zanger verongelukte in 1977 toen zijn auto tegen een boom, een esdoorn, reed.  Het is wonderlijke taal waarmee de dichter dicht. ‘Glimglam jezelf uit maan’. ‘Kom dans jezelf uit stof’.  ‘En zwaan voorbij de esdoorn/kleine bowie/tien is gecrasht/maar elf/ is van koper’.  Regel na regel laat hij mij verbluft achter, verward ook, want zijn woorden trekken mij uit mijn eigen veilige woordgebruik. Ik weet nooit zo goed wat ik met zijn poëzie aan moet. De verwarring gewoon verwarring laten zijn, denk ik steeds vaker. En zuig op zijn woorden als op een toverbal. Misschien is dat zijn aantrekkingskracht: ik word van het lezen van zijn poëzie geen verstandiger mens.
Het gedicht is opgenomen in de bundel Als een zwerfkei,  waarvoor Nederlandstalige dichters op verzoek een gedicht schreven over Bob Dylan.  Ja, over Dylan, niet over Marc Bolan…
Maar als een bal onder water die plots wordt losgelaten en omhoog springt staat er aan het einde van de tweede strofe de versregel

bobdylan je als regen in een krater

Lees wat er staat: het werkwoord bobdylan. Ik bobdylan, jij bobdylant. Voor iemand als ik, die al langer dan levenslang optrekt met de liedjes van Bob Dylan, verbeeldt dit werkwoord in één brandend ogenblik de betekenis die Dylan voor mij heeft. Het is een geniale sluiproute waarlangs een woord leven wordt. Dat is, uiteindelijk, als de toverbal is opgezogen, al zijn poëzie.

Dylan & reclame

Ik heb een aantal jaren geleden een aantal malen geschreven over reclame voor albums en singles van Bob Dylan op binnenhoezen van elpees en achterzijden van single-hoezen. Vandaag voor het eerst in een lange tijd vond ik een niet eerder geziene binnenhoes met reclame voor een Dylan-album:


Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #45

Dag Tom,

ik ben al enige tijd op zoek naar een nieuwe wagen en zo belandde ik vorige donderdag in een Alfa Romeo garage.
Mijn oog viel onmiddellijk op de Mito. De verkoper heeft mij een prijsofferte gemaakt en ik ging er nog eens over nadenken.
Gisteren was ik een beetje aan 't surfen op het internet en na het intikken van "alfa romeo commercials" kwam ik bij onderstaand filmpje terecht:


Onmiddellijk verder gezocht en ik vond het volgende:


 Volgende week ga ik de wagen bestellen. Nu alleen nog de kleur kiezen (tangled up in blue?)

Toeval bestaat niet.
Groetjes
Dirk

Appie

Het moet ergens begin jaren negentig zijn geweest. Door Lochem scheurde een klein ventje met een grote zwarte kuif op een solex. Hij droeg een roze t-shirt waarop een gigantisch portret van Bob Dylan stond gedrukt. Dat was Appie Daalmeijer, de enige man die ik ken die een roze t-shirt en een solex er bad ass kon laten uitzien.

April 2011, voor de presentatie van mijn eerste boek, de Bob Dylan Aantekeningen, heeft een medewerker van de boekhandel Appie Daalmeijer uitgenodigd om een aantal nummer van Bob Dylan te spelen. Het roze t-shirt en de solex zijn dan inmiddels verdwenen. Appie is zenuwachtig, maar speelt schitterend enkele nummers van Bob Dylan.

Na die boekpresentatie liep ik Appie zo nu en dan op straat tegen het lijf en maakten we een praatje, altijd over Bob Dylan. Ik was een of twee keer bij hem thuis om te luisteren naar Bob Dylan en ik zag en hoorde hem Bob Dylan spelen, samen met Stef Woestenenk, in het kleinste theater van de weide omgeving. In de pauze stapte hij op mij af. "Was het goed?", vroeg hij.
"Je was weer geweldig, Appie," gaf ik hem terug.

En nu is het voorbij. Appie Daalmeijer is vanochtend op 67-jarige leeftijd overleden. De wereld is een groot Dylan-vertolker ontnomen.